TIJD

Zijn benen zwierden zachtjes van links naar rechts. Mijn neus in zijn bezwete haren. Miniman’s adem voelbaar in mijn nek. Zijn armen losjes over mijn schouders. Hubby liep enkele meters voor me uit met een zwaarder gewicht. Maximan in zijn armen. Ons kostbaarste bezit. Twee prachtige kinderen. Uitgeteld na een fantastische avond. Op weg naar de wagen. ‘Is het al nacht?’ fluisterde Maximan. Op weg naar huis vielen alle puzzelstukjes op de juiste plaats. Het is een feit. De tijd heeft alles veranderd. Het ritmisch geruis bij het rijden door de straten. Het gezoem van de motor. De straatverlichting die in de wagen binnen schijnt als een flikkerlicht dat aan en uit gaat. Rijden door bochten en hun hoofd dat heel even de andere kant uitgaat. Het voelt zo vertrouwd. Langer opblijven na een familiefeest. Uitgeput in de wagen. Alleen zitten wij vooraan. Zijn wij diegene die dragen en niet gedragen worden.  Wij zijn de ouders. En zij de kinderen die in slaap gewiegd worden op het ritme van de hobbelige straten. 

Ik moet bekennen. Met vier leuke uitnodigingen op dezelfde dag was het niet onmiddellijk degene waar ik zou voor gekozen hebben. Een feest ter ere van vijftig jaar huwelijk. Een nonkel en tante van hubby. Mensen die we hooguit twee keer per jaar zien. De broer van vake had vijftig jaar geleden de vrouw van zijn leven tot zijn wettelijke echtgenote gemaakt.

Op weg naar het feest vroeg Miniman me wie de kaarsjes zou uitblazen. ‘Ik weet het niet’ antwoordde ik achteloos. ‘Maar… vake zijn broer is toch dood, wie gaat er dan blazen?’ sprak mijn blonde god en keek me vragend aan. Een beetje geschrokken van zijn geheugen (er is een broer gestorven een tijd geleden) en opmerkzaamheid legde ik uit dat er nog meer broers waren en dat er niet echt iemand jarig was.

Naar gewoonte kwamen we te laat aan. Iets dat wel meer voor gevallen is in de afgelopen 15,5 maanden van helse drukte sinds de verkoop van ons huis. Tafels vol etende maar vooral neerzittende mensen keken ons aan. Met rode kaken schoven we wat ongemakkelijk de voeten onder tafel.

Het feestkoppel zat aan de tafel vlak achter ons. De zaal was gevuld met alle leeftijden. Jong maar vooral ook oud. Oud tot heel oud. De aanwezige met de meeste kaarsjes op zijn taart moest 102 keer blazen.

Wat ongemakkelijk startte, evolueerde naar een groot besef die avond. Iets dat me al veel langer bezig hield, maar plots was het glashelder.

Het was een geweldige avond. De mannen die buiten teppesol (variant petanque) speelden met een biertje in de hand en bijhorend gejoel. Kinderen in de kleine speeltuin met zand tot achter de oren. Maximan die in het zand een lintmeter had gevonden. Het ding haperde en sloot niet goed meer af. Maar het was zijn gevonden schat. ‘Ik neem hem mee naar huis’ zei hij meermaals. Vakkundig negeerde hij mijn negatief antwoord.

De tafel die rijkelijk gedekt werd en een zaal die gezellig aangekleed was. Familie van hubby die ik achteraf bekeken veel te weinig zie, kleine neefjes en nichtjes die uitgegroeid zijn tot jonge dertigers, elk met een uniek verhaal. Op zo’n moment besef je dat het zonde is dat je elkaar niet meer ziet. Familie van elkaar en toch ieder zijn eigen leven, met details die we amper kennen.

Het grote besef knalde binnen toen de muziek startte. Maximan heeft dansbenen. En niet de eerste de beste. Hij gooide zichzelf op de dansvloer en kwam er niet meer af. Maximan trok meerdere malen zijn zakkende broek weer op, om dan dapper de danspasjes van de volwassenen naast hem te evenaren. Niet mooi in de rij. Nee. Helemaal in het midden van de dansende cirkel. Het middelpunt. En hij genoot ervan. Dansend in zijn eigen wereld. Miniman volgde zijn voorbeeld. Onze kanjers dansten de benen onder hun lijf uit met een lach van oor naar oor, begeleid door muziek uit de jaren ’60-’70-’80. Muziek die ik herkende. Muziek waar ik als kind zelf de meest gekke danspasjes op tevoorschijn toverde. Tussen tantes en nonkels in, alleen stonden mijn kinderen daar nu.

Ze stonden tussen tantes en nonkels van hubby. Dezelfde mensen als vroeger, alleen ouder. Grijzere of amper haren. Strak vel ingeruild voor rimpels die herinneringen dragen.

Meer dan ooit besef ik dat ik de plaats van mijn ouders heb ingenomen. Alles is hetzelfde gebleven alleen werden de rollen doorgegeven. Kinderen worden ouders. Ouders worden grootouders.

De zestien maanden zijn bijna om. Onze verhuis nadert met rasse schreden.

Ik besef dat we de juiste beslissing hebben genomen. Een lange vermoeiende weg,niet zonder slag of stoot, naar een rustiger leven. Maar de hobbelige weg was het einddoel meer dan waard.

Onze kinderen worden groter. Vlak onder mijn neus. En er is geen stoppen aan.

WIJ droegen onze vermoeide dansers de auto in. En het lijkt nog maar net geleden dat IK zélf gedragen werd. Ik blijf diep vanbinnen voor altijd het dansende springende kind, dat in vertrouwde armen een geborgenheid zoekt, ongeacht het extra kaarsje op de taart dat ik jaarlijks verdien.

Bij het thuiskomen was Miniman per totale. Maximan huppelde naar binnen met een brede grijns. Hij tastte in zijn broekzak en hield zijn hand gesloten met een greep alsof zijn leven er vanaf hing.

‘Mama? Kom eens kijken..’ giechelde hij ondeugend.

Hij plooide zijn vingers open. En daar lag hij. Het ding dat haperde. De lintmeter, maar wel mooi opgerold.

‘Hij zat al die tijd in mijn zak. Mijn broek zakte daardoor wel steeds naar beneden’ grinnikte hij trots.

‘Maar hij is van mij!’

DANKBAAR

Ik had hem al -tig keer gerust gesteld. Een poging tot toch. Want het lukte me niet. Hij mocht in slaap met het infuus en niet met een masker. Hij haat het masker. ‘En wat als de dokter dit niet goed vindt?’ fluisterde hij bang. ‘Dan gaan we naar huis’ zei ik stoer. In het operatiekwartier aangekomen versnelde zijn ademhaling. Ondanks de stilte schreeuwde zijn ogen het uit. Ik rook zijn angst. Voelde zijn stevige greep rond mijn hand. Zijn mond strak gespannen. Er was duidelijk een gevecht tegen een zee van tranen aan de gang. Na ontelbare ingrepen en vervelende onderzoeken kreeg ik te maken met een hindernis waar we onmogelijk langs kunnen. Hij is open gebloeid tot een echte jongen. Een jongen die meer en meer beseft wat er gaande is en vragen afvuurt die soms onmogelijk kunnen beantwoord worden. Ik voelde zijn angst in elke vezel van mijn lijf. Mijn moederhart brak. Ik bleef tegen hem praten. Zelfs als hij onder narcose was gebracht. ‘We gaan goed voor hem zorgen mevrouw’ sprak de anesthesist. Het was tijd om de OK te verlaten. ‘Weet ik’ fluisterde ik stil en liet zijn vingers door de mijne glijden. 

Dag op dag, drie jaar geleden, was Maximan dankzij Make A Wish een echte politieman die een boef in de boeien sloeg. Een prachtige onuitwisbare ervaring, amper een week voor DE operatie van zijn (en ons) leven. Een poging om het fontan circuit te vervolledigen. Een klein mirakel volgde op 27 mei 2013. Tegen de medische statistieken in, wandelden we amper elf dagen later met een fontanner op één goede long het ziekenhuis uit.

De meeste fontanners hebben een fenestratie die een zestal maanden na de fontan gesloten wordt. Het is een veiligheid die ingebouwd wordt, een klein gaatje, waar zuurstofrijk en zuurstofarm bloed nog kunnen mengen, maar dat tegelijkertijd ook voor lagere saturaties zorgt indien dit veel gebruikt wordt door het lichaam. Bij Maximan is er nooit sprake geweest van een sluiting door zijn bijzondere toestand en de slechte kwaliteit van zijn linkerlong.

Het is hier best heftig geweest de laatste tijd. De combinatie van een buitenkans die op mijn pad kwam om een bestaande succesvolle fotografie studio over te nemen, de webshop en onze twee kanjers. Ondanks mijn theoretisch uitgestippeld schijnbaar haalbaar plan, was het in praktijk  moordend en onhoudbaar. Mijn persoonlijke grens werd bereikt. Een witte angina, aanhoudende koorts en extreme vermoeidheid dwongen me op mijn knieën. Mijn lichaam stelde haar veto en het protest was groot.

Ik twijfelde aan mijn kwaliteiten als moeder. Schreeuwen om kleine banale voorvallen. Elk kleine hindernis was voldoende om me uit balans te halen. De hete adem van de deadline van ons nieuwe huis in de nek van mijn grote liefde. Miniman die plots een hekel had aan school. Maximan’s gezondheid die tijdens de drukke communieperiode op en af ging. Roze-lippen-dagen werden afgewisseld zonder verklaarbare reden met alle tinten blauw. Het verwerken van fotoreportages werd afgewisseld met telefoontjes naar onze berg en onverwachte controles. Ik kreeg een déjà-vu. Jaren geleden was ik schoentjes aan het vullen voor de kinderen in onze horecazaak terwijl mijn eigen kind op intensieve lag en daar voor het eerst in zijn leven kennis maakte met Sint en piet. De feeks in mijn hoofd werd wakker. De lippen van onze held kleurde donkerder dan anders op zijn communiefoto’s. Een beeld waar ik op mijn reuzegrote scherm niet om heen kon. Reportages verwerken van andere kinderen met in gedachten de vrees op achteruitgang van mijn eigen communicant.

Na bezoeken aan de longarts en kinderarts, een 24 uur holter en goede gesprekken met het hele team werd mijn voorstel realiteit. Een catheterisatie werd gepland. Een dubbel gevoel. Aandringen op een ingreep onder narcose is uit een geheel andere categorie dan een tripje heen en weer voor een extra controle.Het was dan ook meer dan drie jaar geleden, de laatste cathé, suste ik mezelf. En we stonden er als ouders allebei 100 % achter. Ook de stafvergadering gaf als uitkomst een controle cathé.

Miniman vond het geen goed idee. Zijn wantrouwen was duidelijk zichtbaar. De ene helft van het gezin in het ziekenhuis en de andere helft thuis, is niets voor hem.

De bezorgdheid om zijn broer nam een prachtig gedaante aan. Hij aaide zacht over Maximan’s arm op de ziekenhuiskamer. Liep als een haas om het bed vrij te maken toen grote broer recht wou zitten en fluisterde stil toen deze zijn ogen sloot.

Mijn ventje kreeg telefoon van het Opperhoofd tijdens de cathé. Of hij officieel de toestemming kreeg om de fenestratie te sluiten. We moesten er ons goed van bewust zijn dat deze omkeerbaar is, maar dan wel in de hele nabije toekomst. Maximum een maand de tijd hebben we daarvoor, nadien wordt het heel moeilijk om de paraplu’s te verwijderen en is de ingreep een stuk intensiever.

De tekst hierboven dateert van 18 mei 2016. Een begonnen blogpost die ik niet heb afgewerkt omdat ik moe was na de korte opname van zijn cathé en bij mezelf dacht dat ik het wel een dagje later zou doen. 

De cathé verliep als in een droom. Wat amper mogelijk geacht werd gebeurde toch. De fenestratie werd gesloten en hij kreeg er op slag een kleine 10 % extra zuurstof bij. Saturaties van 96-97 die de dag van vandaag – 1,5 maand later – nog steeds zegevieren op het kleine oranje metertje, met prachtige roze lippen tot gevolg en een zoon die zijn grenzen opzoekt tot in het extreme, met benen vol bulten en builen als beloning.

Ik herlees mijn geschreven woorden en bekijk de titel. DANKBAAR. Die had ik al gekozen. Kort maar krachtig en allesomvattend.

Ik BEN enorm dankbaar. Ik besef de waarde van deze uitzonderlijke verandering des te meer door de reactie van onze vaste kinderarts. Of de reactie van de prof op de berg als we op controle gingen bij neurologie. ‘Ja ik weet het al’ riep ze enthousiast. ‘Ongelofelijk he!’ Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Hij is een wandelend mirakel. Een wonderkind dat zijn voeten met veel plezier veegt aan de negatieve statistieken en een toren aan positieve medische uitzonderingen bouwt.

En toch zit ik hier met een pinkend streepje voor mijn neus op het scherm. De woorden die anders zo vlot uit mijn vingers ontsnappen, komen er hortend en stotend uit.

Het was oudercontact op school.

Maximan heeft zijn tweede kleuterklas gedubbeld door zijn eerste openhartoperatie. En sinds oktober heeft hij een plaatsje in het bijzonder onderwijs. Een plaats die hij meer dan oké vindt.

Zijn rapport was goed. Voor de juf  heel goed. Ze was tevreden. En ik zou ook tevreden moeten zijn denk ik dan. En toch heerst er een gevoel van verdriet.

Met de resultaten die hij dit jaar behaalde werd er beslist dat hij volgend schooljaar voor rekenen start met leerstof die gelijk staat aan het begin van een tweede leerjaar, taal halfweg het tweede leerjaar. Twee jaar lager dan zijn leeftijdsgenoten/eerste klas uit zijn vorige school. Een jaartje lager dan  zijn tweede klas.

Na een uur rusteloos heen en weer wiebelen, werkend achter mijn computer, zag ik haar aankomen. De feeks in mijn hoofd met een reusachtige hamer in haar handen. Met volle kracht. Een slag in mijn gezicht. Het lijkt erop dat de laatste puzzelstukjes eindelijk op de juiste plaats terecht gekomen zijn. En dat maakt me immens verdrietig.

Het klopt. Hij is ‘jonger’ zoals ik altijd mooi omschreven heb. Op alle gebieden.

Hij heeft de buitenkant van een prachtige negenjarige beginnende puber. Een mooie verschijning met een ontwapenende lach. Een weerborstel in zijn fijne haren. De oren van zijn vader. Een dromerige blik met een kleur die niet te omschrijven valt in één woord. Lange magere benen die hij kan opspannen tot ijzersterk beton. Een borstkas met de landkaart van zijn verleden.

Aan de binnenkant zit een pracht van een jongen die het verdiend dat ik hem iets meer krediet geef. Dat ik niet voortdurend verwacht dat hij zich als een negenjarige gedraagt zoals ik volhardend bleef hopen.   Een jongen die het verdiend dat ik vrede neem  met de oorlogswonden van de afgelopen jaren die uiterlijk onzichtbaar zijn, maar wel gevolgen hebben.

En dat was vandaag een harde maar duidelijke boodschap. Een bevestiging van een vermoeden dat ik bedekte met de mantel der liefde. Hij is niet ongeschonden aan het zuurstoftekort ontsnapt. Iets dat elk jaar duidelijker wordt. Het gaat niet over het schoolleven alleen. Het loopt parallel met zijn sociale leven.

Ik heb het eerste deel van deze post drie keer opnieuw gelezen. Gepraat met een vriendin die in mijn hart woont. Gehuild. Kwaad geweest op mezelf om de drukte om een peuleschil (‘maar’ school) in vergelijking met de ‘echte’ problemen. Balast overboord gegooid.

Ik blijf dankbaar. Enorm dankbaar.

Ik ben dankbaar omdat ik weet dat hij er echt wel komt. Misschien niet op de manier die ik als twaalfjarige dromend voor mijn kinderen later in petto had,  maar op zijn manier.

Ik ben dankbaar omdat ik opnieuw mogelijkheden zie om onze communicatie thuis wat aangenamer te maken op sommige momenten. Omdat ik weet dat ik er niet mag van uitgaan dat een negenjarige sommige dingen verondersteld wordt te weten/doen omdat hij ‘bijna negen jaar is’.

Ik ben dankbaar omdat ik naast de grote problemen die we reeds overwonnen hebben, en de prachtige medische situatie waarin we ons bevinden momenteel, toch de ruimte durf te geven aan een rouwproces om mijn ‘gewone’ doorsnee-eentje-dat-gewoon-is-als-die-duizend-anderen-zoon.

Maar ik ben nog het meest dankbaar omdat ik deze blogpost half mei niet heb afgewerkt. Het herlezen is een pleister op de wonde. Wetende dat we van zo ver komen. Het harde besef dat hij op alle vlakken ‘jonger’ is heeft al veel minder scherpe  tentakels dan enkele uren geleden. Maar ik wou het toch kwijt.

Omdat het erbij hoort.

Omdat ook ik – ondanks het enorme verschil van ernst – verdriet mag hebben om minder belangrijke dingen die niet levensbedreigend zijn. Omdat ik mezelf toelaat om bang te zijn dat hij uitgelachen wordt als hij de ondertiteling in de bioscoop niet snel genoeg kan volgen. Omdat ik weet dat hij momenteel moeite zou hebben om een brood te betalen met gepaste munt. Het is verre van belangrijk, maar het is zijn leefwereld nu. En de kindermaatschappij kan hard zijn.

Hij wou nog een zoen bij het slapen gaan. Want die had ik hem nog niet gegeven zei hij tegen zijn vader.

‘Ik ben fier op jou’ fluisterde ik stilletjes en plakte een zoen op zijn wang. ‘Waarom?’ Ik hoorde een lach in zijn stem.

‘Gewoon. Zomaar. Op jouw super rapport. En op jou’.

LEEUWENHART

‘Vrijdag is het acht jaar geleden dat je een zware operatie hebt ondergaan’ fluisterde ik in zijn oor. ‘We waren heel bang en dachten dat we jou zouden verliezen. Maar je hebt gevochten als een leeuw!’ ‘Heb ik gevochten? Echt? Met de dokters?’ Maximan sprong op en keek me vragend aan. ‘Nee gekkie! Niet gevochten met de dokters. Maar jouw lichaam was zo sterk als een leeuw en gaf niet op’. 

Ik lag samen met mijn drie mannen in de zetel. Maximan lag op mijn schoot. Zijn hoofd raakte mijn borst en zijn benen reikte ver richting mijn voeten. Het was een eeuwigheid geleden dat hij zo op mijn lijf lag. Met mijn neus in zijn haren geduwd vroeg ik me af waar al die jaren plots gebleven zijn. De tijd raast als een sneltrein voorbij. 

Het was de eerste keer sinds 2008 dat we het uitgesproken hebben tegen hem. Zo letterlijk. De angst dat hij zou sterven. De strijd om te leven. De wetenschap dat ik meer dan 200 foto’s heb van de zeven weken durende strijd om dat ene onbetaalbare ticket naar huis. Alleen van de bewuste startdag niet. Wel van de vrolijke baby die ochtend. 

glenn operatie + doopsel 014

Glenn operatie : 22 jan 2008 - 11 maart 2008

In de vroege ochtend vol vertrouwen in handen van tovenaars gegeven. Na een helse dag vol onwetendheid werden we metersdiep de grond  ingeslagen door het telefoontje van de chirurg. Om 20.20u kregen we het nieuws dat we vreesden. Het ging helemaal niet goed met onze zoon.

22 januari blijft een vreemde dag. Het is fel verbeterd door de jaren heen. De scherpe randen van het trauma zijn afgebroken en hebben plaats gemaakt voor een verzachtend warm manteltje van positieve herinneringen. Maar iets in mij blijft januari als een te-mijden-maand aanvoelen als het over dates in het ziekenhuis gaat.  

Ik vind het heel bijzonder dat we er even over gepraat hebben. Dat hij / wij  überhaupt de kans krijgen om hier over te praten is een wonder. En dat hij er nog is ondanks het ongelofelijk moeilijke pad dat hij getrotseerd heeft. 

22 januari is geen slechte dag. Het is een herinnering die we samen delen. Een wake up call dat niets vanzelfsprekend is. Dat elke dag een geschenk is. 

Hij is mijn leeuw. En daar ben ik enorm fier op.

UITSLAG SCAN

‘Wij hebben pannenkoeken gemaakt!’ Miniman gooide met een smak de deur voor ons open. Hij draaide zich om en spurtte richting de woonkamer. ‘Grote broer heeft een prik gekregen’ sprak Maximan met gefronste wenkbrauwen. Mijn kleine keizer hield halt en keek verschrikt zijn grote voorbeeld aan. ‘Echt?’ Maximan stak zijn arm uit naar het kleine geweld en aaide geruststellend over diens schouder. ‘Maar ik ben flink geweest hoor.’ 

Ondanks het nare gevoel in mijn buik dat af en toe de herinnering aan onze afspraak vandaag levendig hield, vertrok ik vol vertrouwen met mijn kampioen richting onze vertrouwde berg. De overvolle dagen hebben hier ongetwijfeld een aandeel in gehad. Veel tijd om na te denken restte er niet. Het is wikken en wegen wat eerst aandacht krijgt. Een nieuwe uitdaging nadert met rasse schreden. De voorbereidingen zijn gestart. 

Tegen alle verwachtingen in stonden ze ons in de wachtzaal op te wachten. Een goed begin van een afspraak zo laat op de dag. Honderd gram was hij bij gekomen sinds drie maanden geleden. ‘Geen gewicht verloren dus’ knipoogde de lieve specialiste me toe. Een extra centimeter erbij. Maar zwaarlijvig zal hij dus niet direct worden.

De zenuwen staken stilaan op en de typische onderzoeken stilde mijn honger naar informatie niet. Zijn saturatie is hetzelfde gebleven wat deed vermoeden dat er zeker nog ‘iets’ aanwezig is in zijn long(en). Zijn typische opmerkingen (‘Mamaaaaa, ik ben echt doof hoor!’) bevatten meer waarheid dan gedacht. Beide buisjes zijn gezakt naar een plaats in zijn gehoorgang waar ze gepromoveerd worden tot blauwe nutteloze hulpmiddelen. 1-0 voor Maximan. Zijn blik sprak boekdelen. 

Geklop op de deur. Mijn hart maakte een vreugdesprongetje. De man die het klaar speelde om me bij de laatste controle – ondanks de vraagtekens – enigzins rustig naar huis te sturen, tuurde om de hoek. Hoe vreemd het ook mag klinken.  Het voelt als thuiskomen. Vertrouwd. 

De scan wees uit dat zijn linkerlong wel degelijk een probleem heeft en in dergelijke mate dat dit voor de rest van zijn leven streng opgevolgd moet worden om de fontan constructie niet in gevaar te brengen. Geen nieuws dat verser klinkt dan in 2008 maar de problemen krijgen een gezicht. 

De beelden werden er bij gehaald en hoe verder we daalde in zijn lichaam, hoe meer witte ‘spinnenwebben’ er op het donkere scherm kwamen. ‘Is dit dan het littekenweefsel?’ vroeg ik met mijn ogen gericht op het beeld. 

Littekenweefsel of chronische ontsteking, de correcte informatie vinden aan de hand van deze beelden alleen, is onbestaande. Daarom wordt er een bronechoscopie gepland. Een ingreep waar we als ouders alleen maar kunnen achter staan. Want ik wil weten waar we aan toe zijn. Tot op het bot. Gefascineerd door de beelden en met een bevestiging van wat ik eigenlijk al wist draaide ik me om naar mijn stoel. 

Iets van bloedonderzoek. En waarden. Ik keek om en merkte dat de beelden weg waren. Vervangen door een bloedonderzoek met gemerkte vakjes. Waarden die niet mooi binnen de referentiewaarden vielen waren gemarkeerd. Ik schrok van het aantal.

‘ … en dan denken we dat we het immuunsysteem verder moeten onderzoeken.’

Een halve zin. Woorden die ik in verwarring niet goed opnam. Met een ruk sprong ik van mijn stoel en stond ik met mijn neus op het scherm geplakt. ‘Is zijn bloed niet goed?’ stamelde ik stil. 

Het bloedonderzoek laat zien dat er verschillende waarden te laag staan. Het woord ‘immuunsysteem’ viel in dezelfde zin met het woord ‘stoornis’.  Ik hoorde flarden en liep even achterop. Er kunnen twee oorzaken zijn. Men kan de kracht van een normaal/gezond afweersysteem indelen in verschillende gradaties. Ik geef een voorbeeld aan de hand van kinderen. Je hebt enkele kinderen die heel klein zijn. Je hebt er hele grote. En je hebt de overgrote groep die ‘gemiddeld’ is.

  • Zo kan je de gradaties ook indelen bij het normale immuunsysteem. Sommige hebben een extreem goed (‘grote kinderen’) systeem. Je hebt de groep met het gewone (gemiddelde kinderen) systeem. En je hebt de van nature uit minder goede afweersystemen. Gewoon, omdat het zo is. De ‘kleine’ kinderen dus.
  • Ook bij diegenen met een aangeboren/verworven stoornis in het afweersysteem bestaan uiteraard gradaties.  Lichte stoornis. Gemiddeld.  Of  zware afwijkingen. 

De bloedwaarden van mijn krijger komen samen op het punt waar bovenstaande mogelijkheden elkaar kruisen. Hij hoort ofwel bij de ‘kleine kinderen’ uit de eerste groep en bengelt daar aan het staartje.  Of hij heeft een plaatsje bij de tweede groep op de meest positieve plaats.

En zo ga ik dit meenemen in mijn nachtrust. Op een positieve manier. De eerste seconden van het bloedwaarden gesprek was ik angstig. In paniek. Gedachten flitste naar zijn bleke huid en tenger lichaam. De feeks in mijn hoofd verlamde mijn lijf.  

Maar achteraf bekeken kan dit ook goed nieuws zijn. Na overleg met mijn liefdevolle ventje kwamen we tot de conclusie dat Maximan niet altijd last had van de aanhoudende infecties, dus het denkpad van het ontstaan van een immuunstoornis zou nog niet zo gek zijn. 

De planning gaat als volgt. Vandaag werd er bloed genomen. Een drietal weken voor de bronechoscopie (datum nog onbekend) krijgt hij een vaccin. Tijdens de ingreep wordt er opnieuw bloed genomen om te kijken hoe zijn lichaam gereageerd heeft op het vaccin. 

Tijdens de bronechoscopie wordt er een uitvoerige stand van zaken opgemaakt. En van daaruit gaan we verder. De AB wordt aangehouden voor onbepaalde duur. 

Blijkt dat het vooral gaat over littekenweefsel gaan we de kiné (ed) toer op. Is het toch zijn afweersysteem dan halen ze daar de truukjesdoos boven. De ernst van de zaak rond zijn long was me al langer duidelijk maar vandaag stond dit met stip bovenaan de lijst. 

Nultolerantie bij beginnende en aanhoudende hoest. ‘Liever een keer teveel naar de dokter dan één te weinig’ sprak de specialist me toe. De instructies van ons Opperhoofd zijn duidelijk. Geen risico’s. De ernst van de zaak is bitter en hard. Maar we weten waar we voorstaan en kunnen ons wapenen. 

Ik prijs me bijzonder gelukkig met het prachtige trio van artsen die onze zoon met veel aandacht en zorg omringen. Mijn Opperhoofd (hoofd kindercardio). De harde man die me meermaals de muren op kreeg met zijn  gebrek aan sociale communicatie. Misschien zijn het mijn telefoongesprekken geweest waar ik in tranen uitbarstte. Maar ik voel dat we op één lijn zitten. Onze vaste kinderarts van dag één. Een vrouw met principes. Maar wel eentje die ik voor 110 % vertrouw. En deze warme longspecialist die me voor een tweede keer met zachte maar duidelijke woorden op weg hielp om vannacht toch goed te slapen. 

‘Waar is de tijd dat we jou met drie man vasthielden voor een bloedname?’ fluisterde ik tegen Maximan. We zaten samen in een vertrouwd lokaaltje dat me terug katapulteerde in de tijd. Hij sprong op de onderzoekstafel en duwde zijn trui omhoog. ‘Hebben jullie me met drie mensen moeten tegenhouden?’ vroeg hij met zijn mond open.

‘Je was toen al sterk en dapper’ glimlachte ik. En hij vleide zich rustig neer op de tafel. 

 

 

2015

‘Mama?’ Maximan zat maar net in de wagen. ‘Ik weet dat jij een geheim hebt.’ Verstijfd draaide ik de volumeknop een kwart minder. ‘Het is zover’ dacht ik. ‘Oh ja? Vraag maar raak, ik zal eerlijk antwoorden!’ sprak ik met een hevig bonkend hart. ‘Ik denk he.. ik denk dat de Sint vandaag al komt!’

Het was enkele dagen voor het bewuste Sint weekend dat Maximan bijna het grote geheim uit mijn mond toverde. Ik maak me geen illusies. Lang zal het niet meer duren. Maar ik geniet van de onschuld van mijn jongens en gunde mezelf dit jaartje extra ten volle.

Miniman zou zijn tutjes afgeven aan de heilige man. Een plan dat niet zonder slag of stoot verliep. Elke ochtend hetzelfde ritueel. Na de drop aan school wachtte zijn knuffel en tutje trouw op de autostoel op de hereniging. Die bewuste dag was zijn tutje weg. Na school zat zijn knuffel moederziel alleen op de vertrouwde plaats te wachten.

‘De autodeur stond open toen ik wou vertrekken. Ik begrijp er niets van’ zei ik met een platgestreken gezicht. Beide broers bleven enkele seconden stil. Maximan sprong op. ‘Misschien heeft zwarte piet jouw tutje meegenomen?’ riep hij luid. De spanning in de wagen nam toe.

Met volle kracht vloog de deur open en met een sprint stonden ze aan de voordeur. Met zijn handen boven de ogen tuurde hij door het raam naar binnen. ‘Wat ligt daar? Kijk!’ Ik kreeg met moeite de sleutel in het slot gestopt. Ze spurtte de inkomhal door en volgde het spoor van chocolade centen.

De ontlading was groot. Schreeuwen van plezier galmden door het hele huis. Een brief van de Sint wees er op dat de pieten veel werk hebben gehad met het opruimen. Alle tutjes waren weg. De euforie die ontstond door het nieuwe speelgoed overtrof het verdriet om het verlies. Voor even. Minuten later volgde de eerste tranen van Miniman. ‘Wil jij naar de Sint bellen en vragen dat hij mijn tutjes weer brengt?’ snikte mijn blonde geweld.

Ondertussen doet hij het ongelofelijk flink. Ook kleintjes worden groot. En hoe onbezorgd kan het leven zijn als de grootste drama’s draaien rond tutjes? 

Met 2016 in het vizier heb ik de laatste weken meermaals achterom gekeken. Het was een enorm bewogen jaar voor ons als gezin. Op elk gebied. 

Maximan

Ondanks de onrustige verloop van zijn gezondheid prijs ik mezelf gelukkig. De verandering van school heeft op een positieve manier bijgedragen aan zijn welzijn. Ik mag opnieuw vragen stellen na school zonder dat ik de deur in mijn gezicht krijg. Hij  zegt af en toe in de ochtend dat hij zin heeft om naar school te gaan.  Ik herken mijn zoon opnieuw in de groeiende magere jongen. Hij blijft fragiel. Zijn longprobleem is niet van de baan. De onderhoudsdosis AB loopt voor onbepaalde tijd door. De eerste week van januari worden we verwacht op gesprek. Ja. Dan pas. De scan werd gemaakt in november. Het lukt me beter om het los te laten en te ondergaan. Een andere manier om ‘normaal’ te leven bestaat er niet. Afhankelijk van de resultaten wordt er wel dan niet een bronechoscopie gepland. Maar ik besef dat het probleem miniem is in vergelijking met de gang van zaken bij sommige lotgenoten. En ik duim dat het zo blijft. 

Zijn gedrag thuis blijft vermoeiend. Naast zijn kleine broer lijkt het soms een berg waar we met moeite over geraken. Miniman is enorm zelfstandig al heeft hij ook soms kuren die hoorbaar zijn tot drie straten verder. Maximan heeft moeite met grenzen. Hij tast ze af tot in het extreme.  Maar het is hoe het is. Het maakt hem tot de persoon die hij is. 

Huis

We zijn officieel in de laatste helft van onze huurperiode. De nieuwbouw schiet goed op. Wekelijks krijg ik prachtige reacties op het werk van mijn hubby. Begin juli werd de kelder uitgegraven. Vandaag de dag legt hij de laatste hand aan het dak. 

‘Papa is een held’ zei Maximan vol bewondering. Ik kan het niet beter omschrijven.

Sociale Leven

Met een hoofdletter. Want tot over een dik half jaar terug was daar geen sprake van. We doen mee. Van simpele speeltuin uitstapjes tot fijne feestjes. Ik leerde meer mensen beter/weer/pas kennen. 

Van bestaande vriendschappen die dieper werden tot relaties die zonder aankondiging  het eindpunt bereikten. Van een prille start tot herwonnen vriendschap. 

Of we nu 15, 30 of 50 jaar zijn. Het speelplaats-gevoel van op school blijft. Een berg ‘vrienden’ maar slechts een handvol tot op het bot. Personen waarvan men weet dat ze dag en nacht klaar staan zonder meer.  Ik schrik elke keer weer als ik zie dat de speelplaats mentaliteit ook onder de volwassenen speelt.  En ook dat klinkt vreemd. Want ik voel me niet als een volwassene die half februari netjes de helft van de 30 bereikt. 

Ik ben dankbaar dat 2015 voor mij het jaar was dat vriendschap kon uitgroeien tot datgeen wat het hoort te zijn. 

Kleine zus

Mijn kleine zus. Bijna zes volledige maanden speelt haar leven zich af in het verre Australië. Ver weg van ons. Het lijken twee aparte werelden verbonden door een bloedband. Sociale media en de wondere wereld vol techniek zorgen ervoor dat we dicht bij elkaar zijn. Ik betrap mezelf erop dat ik haar op de meest bizarre momenten mis. Niet de typische verjaardag-kerstmis-toestanden. Al mis ik haar dan ook. 

Het zijn de kleine dagdagelijkse bezigheden die onverwacht beenhard toeslagen. 

Opruimen en haar handschrift tegen komen. Een liedje op de radio. Miniman die vraagt wanneer Meme uit ‘Auwstalie’ terug komt. Een briefje van school waarin men een oproep doet aan familie om een talent uit te beelden. Dezelfde wagen op straat tegen komen en drie seconden denken dat zij het is.

2016

Ik weet niet wat 2016 zal brengen maar kijk er wel naar uit. Ik ben vooral dankbaar dat ik de kans krijg om het te ontdekken. Een nieuwe uitdaging, opnieuw verhuizen en deze keer voorgoed. Ik hoop vurig op een definitieve overwinningsslag met de beesten in Maximan’s long.  Ik verheug me op de thuiskomst van mijn kleine zus. Ik hoop dat mijn kinderen gelukkig blijven en ontplooien tot twee prachtige personen. 

Maar de mooiste levensles die ik meeneem naar 2016 is het besef dat ik door mijn gezin rijker dan rijk ben. 

Naamloos-2

MEGA MINDY

‘Mama? Weet je wat er in euh.. daar gebeurd is?’  Maximan kijkt me met grote ogen aan. ‘In Parijs?’ Ik voelde de bui al hangen. ‘Ja, in Parijs. Daar was het!’ riep hij opgewonden. ‘Daar hebben stoute mensen veel mensen dood geschoten’. Ik  kijk mijn achtjarige warrior aan. Het liefst van al zou ik hem afschermen. Onder moeders vleugels nemen en zeggen dat het een boze droom is. Dat we in een veilige wereld leven waar kinderen gewoon kinderen mogen zijn.  Een wereld waarin knipsels uit sinterklaasboekjes vandaag de dag de hoofdrol spelen. Of het verlangen naar een kerstboom en de daarbijbehorende pakjes. Een wereld zonder terreur en mensen die elkaar de meest afgrijselijke dingen aandoen waarbij ze zich verschuilen achter een geloof. 

Miniman’s lach weerklonk luid in onze slaapkamer vanmorgen. ‘Wie ligt hier?’ vroeg hij verwonderd. Zijn kleine handjes tastte in het rond. ‘Papa?’ Op andere dagen is diens kant al koud voor de eerste voetjes uit het bed wippen. 

Maximan vertelde vanmorgen dat de schooluitstap niet doorgaat. Geen dino’s bewonderen in het hart van België. ‘Dat is door Parijs. En door al die politieagenten die daar rondlopen. En legermannen. En tanks’. Een korte uitleg van de juf aangevuld met een grenzenloze fantasie. 

Ik kan niet zeggen dat ik er rouwig om ben. Het liefst van al hou ik mijn oogappels zo dicht mogelijk bij me. De meest afschuwelijke scenario’s speelden zich in gedachten voor me af ook al weet ik dat de kans op een echte aanslag bijzonder klein is. Maximan met zijn bijzondere hart en noden. Het idee dat niemand ten tijde van chaos weet welk bijzonder lichaampje mijn zoon heeft. Mijn emoties overheersen mijn verstand en veroorzaken een enorm angstgevoel dat de bovenhand neemt.

Ik wil nuchter blijven en de angst niet verspreiden. Ik wil dat mijn kinderen opgroeien in een wereld zonder angst. Maar ik ben zelf bang. Mezelf afvragend waar dit allemaal naartoe gaat zoek ik naar een gulden middenweg. Eerlijk zijn maar zorgen dat hij ruimte krijgt om te leven. Openbloeit tot een prachtige man met een kijk op de wereld die niet verbitterd is. Zijn naasten een kans geeft en niet veroordeeld op basis van hun huidskleur of de gemeente waarin ze wonen. 

Ik lees over een marktkramer die een deel van zijn inkomsten verliest door zijn huidskleur en moet omgaan met vuile blikken. Ik lees over een moeder die hysterisch aan de schoolpoort staat te schudden om haar kind op te halen na een vals bomalarm. Ik lees de meest uiteenlopende reacties op forums, sociale media en in kranten, gaande van angst en medelijden tot pure haat. En vraag me opnieuw af waar dit naartoe leidt.

Hoewel ik dit niet zou toelaten gebeurt het stilletjes toch. Ik ben bang. Bang dat mijn kinderen op een bepaald moment gaan geconfronteerd worden met een echte oorlog. Waarbij de ergste vorm van ‘oorlog’ tot op heden – ruzie tussen twee broers – in het niets zal verzinken bij de harde realiteit.  Een oorlog waarbij ik me als moeder opnieuw ‘kind’ ga voelen op zoek naar de veilige thuishaven waarin ouders altijd een oplossing  aanreiken en ons vertellen dat alles wel goed komt. Een oorlog die me hard met de rug tegen de muur duwt en me hopeloos laat zoeken naar de juiste woorden om mijn eigen kinderen de rust te geven die ze verdienen aan het begin van hun prille leventje. 

De krant gooi ik onaangeroerd in de papierbak. Links op sociale media worden weg gescrold. De grens van aanvaardbaarheid werd al een hele tijd geleden overschreden. Beelden van uiteengereten lijken, onthoofde lichamen en schrijnende taferelen heersen over onze tijdlijnen en vullen de voorpagina van de krant. De beelden pinnen zich vast in mijn gedachten. Het delen van dergelijke artikels gaat even vlot als de dagdagelijkse nieuwtjes. Zonder waarschuwing. Het is een kwestie van tijd voor onze (veel te jonge) kinderen de confrontatie gedwongen zullen aangaan. 

Mijn persoonlijke oorlog met de beestjes in Maximan’s lichaam wordt op een laag pitje verder gevoerd. Aanvaarden en ondergaan zijn de sleutelwoorden. Het gesprek met de pneumoloog was een opsteker van formaat. Niet omdat onze problemen verdwenen als sneeuw voor de zon. Hij was enorm lief voor Maximan. Het gesprek was verhelderend voor mij. Het voelde een beetje als thuiskomen. De toon werd die dag al gezet door ons Opperhoofd. Het hoofd van kindercardiologie heeft een enorme evolutie gemaakt in de afgelopen jaren. Zijn directe aanpak zijn we gewoon. Maar de emotionele uitwerking was ruw. Een ruwe bolster met een hart van goud die alleen moest bijgeschaafd worden. Voor één keer ging het niet enkel over het hart, bloedvaten en onuitspreekbare termen uit de medische wereld. Hij vroeg me hoe de verandering van school was verlopen. Hoe WIJ ons hier bij voelden. Hij gaf me de ruimte om na te denken ondanks zijn strakke tijdschema en de opdringerige telefoontjes die elkaar in een rottempo opvolgden. Ik zat met mijn mond vol tanden te staren en sprong het liefst van al recht om hem vast te nemen en te bedanken. 

Er was nog steeds gekraak bij zijn linkerlong te horen. De zware AB kuur had niet het verhoopte resultaat. Aanstaande woensdag worden we nuchter verwacht op dagzaal op onze vertrouwde Berg. Een CT scan moet meer info aan het licht brengen in hoeverre de chronische ontsteking zijn long aantast. Als voorlopige reden duidt hij meerdere schuldigen aan. De verstoorde toevoer van zuurstof naar bepaalde delen in zijn linkerlong. De bloedvaten en longtakjes die het in 2008 zwaar te verduren gekregen hebben en zijn luchtpijp die nog steeds een beetje vernauwd is. 2008 was een zwart jaar met blijvende gevolgen die ons nu parten spelen. 

Maximan kreeg een onderhoudsdosis AB voor onbepaalde duur. De berezachte arts ziet het momenteel nog hoopvol in maar wil niet roekeloos te werk gaan. De ernst van de zaak is duidelijk en wordt kort opgevolgd in samenspraak met cardiologie. Ondanks de blijvende aanwezigheid van zijn longprobleem ben ik die dag opgelucht het ziekenhuis buiten gestapt. We staan er niet alleen voor en dat voel ik ook. Het opvangnet is waardevol en geeft me de moed om positief verder te gaan. 

‘Ik wil dat Mega Mindy naar ons huis komt’ fluisterde Miniman net. ‘Als er een boef komt moet Mega Mindy ons helpen!’ riep hij overtuigd. 

Ik bedenk me dat het fijn zou zijn als er veel Mega Toby’s zouden zijn. Mega Mindy’s en goede feeën. Dat het verhaal altijd met een happy end af loopt. Voor ons. Maar vooral voor alle ellende in de wereld. Dat de slechterik gevangen wordt en de angst verdwijnt. Dat de mensen geloven in elkaar en genieten van het leven. Want je hebt er maar één. 

‘Geloof jij in de Sint?’ Maximan en onze nieuwe buurjongen-voor-even zaten samen op de lego mat. Maximan hief zijn hoofd op en keek hem verward aan. ‘Ja, ik geloof in de Sint’ antwoordde hij met een kleine aarzeling. ‘Ik niet’ mompelde de buurjongen stoer. Mijn hart bonkte in mijn keel. Afwachtend en met dichtgeknepen ogen keek ik stiekem hun kant uit. Maar er kwam niets. Ze speelden elk rustig verder. Ieder met zijn spel. 

Met het zachte getik van de regen op het raam en  ‘ons’ eekhoorntje dat dagelijks door de tuin loopt in het zicht hoop ik dat ze nog even onschuldig mogen blijven. Dat mijn jongens vol overtuiging heldere boeken vol kleven met knipsels vol speelgoed. Dat het vertrouwen in Mega Mindy nog even ongeschonden mag blijven. Dat ze denken dat mama en papa alles weten en ze ongestoord kunnen leven en opgroeien tot verdraagzame mensen die bijdragen aan een betere wereld. 

Dat mijn wonders gewoon ‘kind’ mogen zijn. 

JANNEKE MAAN

‘Ik ga jou door de venster gooien. Ik hoop dat je dood gaat. Ik haat jou mama!’  Met een rood aangelopen gezicht en gebalde vuisten schoot hij als een losgeslagen wilde door de huiskamer. Mijn hartslag ging in het rood en met mijn hand veel te stevig rond zijn arm schreeuwde ik luid : ‘Ik haat jou ook !’ Grenzen vervagen en de onmacht plaatst een nieuwe leider aan het roer van ons schip. De feeks in mijn hoofd wijst me op mijn eigen gebreken als moeder. In mijn ooghoek zie ik Miniman schuifelend naderen. ‘Mama? Broer mag jou niet door het venster gooien he?’

Miniman kwam te laat op school aan door onze helse ochtend. ‘Als broer op zijn nieuwe  school is, ben ik verdrietig op de speelplaats’ mompelde hij triest bij het vertrek aan de schoolpoort van Maximan. We liepen hand in hand zijn klasje in en hij zocht een plaatsje in de kring. ‘Het was een zware ochtend’ fluisterde ik zijn juf toe. 

Miniman stond recht en zijn armen gingen in de lucht. ‘Broer gaat mama door de venster gooien’ stak hij van wal. ‘Hij haat mama’ vertelde hij opgewonden verder. ‘En mama gaat de politie bellen’. 

‘Zoiets dus’ antwoordde ik met een diepe zucht. De juf keek me bezorgd aan. Miniman is niet zo mini meer. Hij zegt af en toe wel meer in de klas. ‘Hij heeft het er wel moeilijk mee’ bevestigde zijn juf. Thuis merk ik dat ook op. Hij is stiller. Kijkt gewoon toe. En op de momenten dat het echt te ver loopt, gaat zijn kleine mondje open. Zoals vanmorgen. Hij doet ook extra zijn best dan. Doet sneller zijn kleren aan. Neemt zijn schoenen. Kruipt in zijn jasje en doet de voordeur open. Onopvallend om de last te beperken? 

Het is bizar hoe alles loopt. Het was gisteren één van de eerste avonden dat we echt genoten hebben van Maximan sinds de schoolwissel. Hij was bijzonder flink. Aangenaam. Rustig. Gewoon hartverwarmend. Hij at van zijn avondeten zonder morren. Hij vleide zich zacht tegen me aan in de zetel en we hebben best een tijd tegen elkaar geplakt. Zijn vader mocht vragen stellen over school én er kwamen uitgebreide antwoorden. Het was voor één keer Miniman die de kroon spande met een enorme tranenvloed die grotendeels veroorzaakt wordt door de uurwissel en de daaruitvloeiende vermoeidheid. 

Maximan kloeg ‘s morgens wel van oorpijn en pijn aan zijn lies dus werd de afspraak voor zijn griepspuit aanstaande donderdag, verplaatst en mochten we gisterenavond al langskomen. Zijn oren waren voorlopig oké.  Het onderzoek aan zijn lies bracht niets verontrustend aan het licht. 

Hij heeft twee volle weken AB aan vier flinke porties per dag achter de rug en is sinds maandag overgezet naar een onderhoudsdosis (2/dag) tot aan de consultatie bij de longspecialist. Bij het snoezen in de zetel had ik de saturatie meter aan zijn vinger gehangen. Of het aan de warme huiskamer of onze knusse houding lag weet ik niet, maar er kwam een constante 90-91 tevoorschijn. Klein vreugdesprongetje en een flinke linker uitgedeeld aan de feeks in mijn hoofd. 

 Zeker van mijn stuk en nietsvermoedend ging ik naast de onderzoekstafel staan. ‘Diep in en uitademen’ fluisterde ik hem gekkebekkend toe. De ontspannen sfeer werd snel de kop ingedrukt toen bleek dat zijn long nog steeds niet zuiver is. ‘Het is wel beter hoor. Als ik het niet zou weten waar ik moet luisteren zou ik het waarschijnlijk ook niet horen’ opperde de kinderarts. ‘Het is net dezelfde zin die je gebruikt hebt vlak voor de grote vakantie’ zuchtte ik diep. En we weten allemaal wat er daarna volgde. 

Mezelf wijsmaken dat het met de onderhoudsdosis alsnog opgelost geraakt doe ik niet. Het blijft een wrang gevoel om bevestigd te krijgen wat ik over enkele weken terug al dacht. Waarom AB geven als je weet dat het toch niet ‘echt’ weg geraakt? Waarom bijna vijf weken wachten op de afspraak bij de longspecialist? 

Ik heb een immens groot vertrouwen in onze kinderarts die Maximan van dag één bijstaat. Het was voor haar geen reden om een urgentieafspraak in te roepen omdat ze overtuigd was dat we het onder controle kregen. Ik vind bijna vijf weken AB geven terwijl je weet dat het een lapmiddeltje is, wel een reden tot urgentie. Het blijft dweilen met de kraan open. Het is frustrerend om te horen dat een tandarts klaagt over de toestand van zijn tanden als je weet dat we sinds Mei ettelijke rittenkaarten volgeschreven hebben met AB. Tien beurten + 2 gratis. Of zoiets. Zijn lijf heeft al veel te veel rotzooi te verduren gekregen en elke uitgespaarde behandeling, flesje of handvol pilletjes is mij een urgentie afspraak waard. Egoïstisch? Kan zijn. Maar zo heeft het verleden mij gemaakt. Ik heb genoeg mentale littekens verzameld. 

De mentale factor. Ik vraag me af hoe lang ik dit nog vol kan houden. De onwetenheid knaagt. ‘Stel dat we er vanuit gaan dat zijn linkerlong nooit echt beter wordt, en we dit moeten aanvaarden. Wil dit dan zeggen dat er een constante bedreiging zal zijn voor zijn goede rechterlong? Of blijft het, zeg maar, in het vakje aan de andere kant?’ probeerde ik gisteren opnieuw. ‘Dat weet ik niet’ antwoordde ze rustig. ‘Daarom volgt het extra onderzoek. We moeten gaan kijken wat daar zit en wat er aan gedaan kan worden’. 

Ik ben immens bang voor wat er komen gaat. ‘Ik ben er niet klaar voor en kan het niet meer’ snikte ik gisteren tegen mijn ventje. Ik begrijp nog altijd niet hoe we het vroeger klaar gespeeld hebben, laat staan dat ik klaar ben voor een nieuwe portie ellende. Hij sloeg de nagel op de kop met zijn antwoord. Het is heel simpel. We hebben jaren gevochten voor een kans,  we hebben die gekregen en hebben geproefd van een doorsnee (voor zover het kan) leven. Niemand zet graag terug een stap achteruit. 

Maximan heeft gisteren tegelijkertijd zijn jaarlijkse griepprik gekregen. Hij hield zijn arm muisstil en keek aandachtig naar het hele gebeuren. Waar ik mijn hoofd wegdraai bij een naald kijkt hij net nieuwsgierig toe. Geen tranen. Zelfs een lach.

Miniman daarentegen is duidelijk onbekend met de medische wereld. Voor een bloedname nav darmproblemen kreeg hij in beide armen prikjes. Het verliep spijtig genoeg niet zo denderend met een intense krijsbui als gevolg. Hij vertelde tegen iedereen dat hij pijn had door de dokter en weigerde om zijn voet op te halen voor de drempel aan onze voordeur. ‘Het gaat niet meer met mijn pijne armen!’ 

De avond verliep verbazingwekkend goed gisteren. Ik was in volle verwachting voor vandaag. En toch liep het (weer) mis. Hij luistert niet naar ons. Niet naar zijn vader. Niet naar mij. Alles moet -tig keer herhaald worden. De minste afwijking veroorzaakt een storm in een glas water. Hij schreeuwt. Ik schreeuw. Verwijten gaan heen en weer. 

Ik heb bezoek gehad van de GON juf vanmiddag. Ze was even bij hem op school geweest vandaag voor informatie door te briefen en hem gedag te zeggen. Hij zag er gelukkig uit volgens haar in de klas. Hij was fier. Werkte goed mee. Een mening die vanmorgen gedeeld werd door zijn juf. Op school verloopt alles bijzonder vlot lijkt me. En bij het naar huis komen verandert hij in een tikkende tijdbom. Lijkbleek. Niet aanspreekbaar het eerste halfuur. ‘Ik praat er nu liever niet meer over’-antwoord als we iets vragen over school. Zijn broer en ons uit testen. Alleen gisteren niet. 

Is het de rilatine die uitgewerkt is en als een opgespaarde bom ontploft als hij thuis komt? Is het de aanhoudende AB die hem verzwakt of zijn humeur aanvalt? Of de verandering van school die naar de buitenwereld als ‘piece-of-cake’ omschreven wordt maar diep vanbinnen wonden heeft gemaakt die tijd vragen om te helen? 

Gedurende een volledig uur heb ik me laten gaan tegen de psychologe verbonden aan onze gang op de Berg. De vrouw die naast me zat op IC als Maximan gedoopt zou worden. De vrouw die binnenstapte in onze ziekenhuiskamer op momenten dat ik haar eigenlijk niet wou zien, maar achteraf dankbaar was dat ze toch de moeite gedaan had om me te bereiken. De vrouw die meer tranen van me heeft gezien op de meest intense momenten in mijn leven dan het doorsnee familielid. Ze begrijpt me met enkele woorden en voelt aan als veilig thuiskomen. Ik had nood aan een gesprek met haar. Net zoals ik behoefte heb aan het Opperhoofd in dit verhaal. De haat-liefde verhouding met het hoofd van kindercardio is uitgegroeid tot een wederzijds respect verhaal. 

Ik mis mijn zoon met de bolle wangen.

De zoon waarbij ik met één oogopslag kon zien hoe hij zich voelde. Wat er in zijn knappe kopje afspeelde. De zoon die me bij alles betrok in plaats van dat hij metershoge muren voor me optrekt.  

Ik mis mijn oude ‘ik’.

Diegene die alles onder controle had. Of toch tenminste dacht dat het zo was. De ‘ik’ zonder littekens op haar ziel en met vertrouwen in de toekomst. De ‘ik’ die altijd wel een gaatje vond om te ontsnappen en een oplossing vond.  Maar vooral de ‘ik’ die alle trauma’s uit 2008+ in een potje had gestopt en haarzelf had beloofd dat de angst en onmacht nooit meer de bovenhand zouden nemen. En dat we gewoon 110 % zouden (genieten van het) leven. Want eerlijk is eerlijk. Niemand weet wat het leven voor hem/haar in petto heeft. 

Ik ga haar weer zoeken en zal haar vinden, ver weg kan ze niet zijn. Ze loopt daar ergens. Hand in hand met hem. Haar zoon met de bolle wangen. 

Zijn vader riep ons naar buiten daarnet. Hij was onder de indruk van de opkomende maan die als een gigantische bowlingbal net boven de straat hing. ‘Gaan we haar achterna?’ zei ik heel impulsief en keek Maximan vragend aan. Met miniman op de arm en allebei zonder schoenen liepen we naar de wagen. Een flink half uur reden we rond.

‘Als je heel klein was, was Janneke Maan jouw vriend’ fluisterde ik stil. ‘Je wou haar altijd zien voor het slapengaan. ‘En deden jullie dat dan?’ vroeg hij verwonderd. Ik knikte. Maximan aarzelde heel even en zei overtuigd dat Janneke Maan nog steeds zijn vriend is. 

‘Vond je het fijn om te gaan jagen?’ Maximan knikte en sloeg zijn hand tegen de mijne. ‘High five Maanjager!’ zei ik opgelucht. Voor het eerst sinds vanmorgen voelde ik me weer rustig. Het enige geluid dat de stilte doorbrak was het zachte gesnurk van Miniman op de achterbank. 

 

KOFFIE VERKEERD

‘Familieknuffel!’ kirde Maximan veel te luid. Miniman sliep al een poosje. Hij is het schoolvoorbeeld van de ideale slaper. Hij staat zelf op, neemt zijn knuffels en smeekt bijna om te mogen gaan slapen. Niet slecht voor een driejarige. Maximan lag samen met ons in het hoekje van de zetel en duwde zijn lijfje tegen zijn vader aan. ‘Voor één keer mag het wel he’ fluisterde hij met ondeugende ogen. Hij doelde op het feit dat hij al lang in dromenland moest vertoeven. ‘Voor één keer mag het zeker’ dacht ik bij mezelf. ‘We zijn heel fier op jou’. Ik ging met mijn hand door zijn haren en aaide zijn wang. Zijn glimlach gisterenavond was onbetaalbaar. 

‘Ik ga niet naar een andere school! Ik wil naar mijn eigen school!’ antwoordde hij boos toen ik hem gisteren in de ochtend zei dat we gingen vertrekken. Welgeteld één keer was er hevig protest. En daarna deed hij gedwee zijn schoenen aan en volgde me naar de voordeur. 

‘Ik mis mijn juf’ fluisterde hij droevig. Drie keer op amper vijf minuten tijd braken zijn woorden de stilte in de auto. Een rit die onderbroken werd toen ik ontdekte dat ik zijn medicatie vergeten was. Hij was duidelijk niet de enige die zijn kluts kwijt was. 

‘Ben je er klaar voor?’ De orthopedagoge liep samen met ons en zijn nieuwe juf de schoolpoort binnen. ‘Nog niet zo echt’ antwoordde hij binnensmonds. Ik had dezelfde startpijn als mijn zoon en net als bij een opname of vervelend onderzoek, bedenk ik me dat het voor hem nog erger is aangezien hij diegene is die het moet ondergaan. 

We liepen samen naar zijn klaslokaal om de laatste vragen te overlopen. Hij kreeg een bankje helemaal vooraan, vlak voor het bord. De kinderen hadden voor hem al een bakje voorzien met allerlei spullen in. Zijn komst werd goed voorbereidt. Op weg naar het secretariaat kwamen we de eerste klasgenoten tegen. Ze herkende hem meteen. Ik was positief verrast toen ik opmerkte dat hij niet meer achter me liep maar een eindje verder de kat uit de boom keek. Hij lachte verlegen maar bleef wel staan op de speelplaats. Toen ik het secretariaat weer verliet zag ik dat de oudste jongen uit zijn klas zich ontfermd had over Maximan. ‘Het is een nieuwe’ zei hij zeker van zijn stuk en leidde hem rond. 

Ik liet aan Maximan weten dat ik hem aan het kleine poortje zou ophalen. Ik liep het smalle gangetje in om te kijken waar ik hem zou opwachten. Toen ik de speelplaats weer opdraaide zag ik hem niet meer. ‘Ze zijn naar daar’ wees een verlegen meisje. De rondleiding ging zelfs tot aan de toiletten. Ik spiekte door de glazen deur en zag hem staan met een lach op zijn gezicht. Wat de jongen ook aan het vertellen was, hij voelde zich duidelijk gerust gesteld. 

Iets na de middag kreeg ik van zijn juf een lief smsje. Hij deed het goed op zijn nieuwe school. Was vrolijk, vriendelijk en voelde zich precies al een beetje thuis volgens haar. Ik moest me geen zorgen maken.  Een kleine daad met grote gevolgen. De namiddag verliep in één klap een stuk vlotter voor me. 

Haar woorden waren niet gelogen. Hij was tevreden. ‘Ik wou bijna niet naar huis komen’ zei hij eerst. Maximan vertelde ronduit in de wagen over zijn eerste dag. ‘Mama, je raadt nooit wat we mogen drinken tijdens de middag !’ riep hij luid. ‘Koffie verkeerd!’ Maximan straalde.  Hij mag thuis af en toe een tas met veel melk en een scheutje koffie drinken. Ik hou van de geur van koffie en ben verlekkerd op mokka ijs, maar een kop koffie, nee bedankt. Dat heeft hij van zijn vader. ‘En heb je dan ook koffie verkeerd gedronken?’ vroeg ik verbaasd. ‘Euh neen. De juf heeft gezegd dat ik dit eerst aan jou moet vragen!’ 

Hij vertelde over zijn nieuwe vriend, wiens naam hij elke keer opnieuw vergeet. Over de juf die boos was geworden omdat zijn klasgenoten wel heel uitbundig waren door zijn komst waarop ze heel even hard geroepen had. ‘Ik was een beetje geschrokken’ lachtte hij. ‘Maar het is een hele lieve juf hoor!’

Hij vertelde over twee jongens die gevochten hadden op school en eentje had een blauw oog. Er zou een geel vierkant op de speelplaats zijn waar ze moeten gaan instaan. Deze hoek telt ook voor als je iemand gepest hebt. Ik veronderstel dat het een time out hoekje is. 

Hij vertelde over het bord. ‘Het is een echt krijtbord mama. En als we aan het werken waren keek ik even rond in de klas. Ik vond wel dat de kindjes niet zo hard aan het werken waren’ zei hij een beetje verward. Hoe ik deze moet interpreteren daar ben ik nog niet uit maar hij merkt dus wel duidelijk een verschil. Hij zei dat hij echt flink zijn best heeft gedaan want dat er punten te verdienen zijn. Bij twintig punten krijg je een snoepje of een klein geschenkje volgens Maximan. 

Hij vertelde veel. En dat is voor mij een hele geruststelling. Ik ben blij dat hij ons betrekt bij zijn ervaringen, bij zijn gevoel. Ik ben blij dat er ‘iets’ uitkomt. Hij zei dat hij het allebei leuke scholen vindt, maar dat hij zijn oude klas wel mist. 

Het was spannend om te ontdekken of het ophalen van mijn beide kanjers vlot zou gaan. We waren tot mijn grote verbazing net op tijd aan de school om zijn oude klasgenoten nog te zien. Het weerzien was mooi. Van alle kanten riepen ze op hem. Knuffel hier en een high-five daar. Moeders die aan hem vroegen hoe zijn eerste dagje verlopen is. Het was al bij al een goede dag voor mijn kampioen. 

Vanmorgen hebben we eerst zijn opzetbankje gaan halen in zijn oude school. Een schuin werkblad werkt makkelijker voor hem, dat werd in het verleden al bewezen. De vroege vogels op school wuifden hem uit. ‘Ik wil graag hier blijven mama’ zei hij stilletjes toen hij de glazen deur opentrok. ‘Dat begrijp ik jongen’ fluisterde ik stil.

Hij is vol goede moed begonnen aan zijn tweede dag. Zijn buurmeisje in de klas overhandigde me een vriendjesboek. Een andere klasgenoot was jarig en kwam vertellen dat hij geen extra zakje bij had voor Maximan. ‘Mijn mama wist dit nog niet’ verontschuldigde hij zich. Toch bijzonder dat hij meteen aan Maximan denkt. Hartverwarmend.

De kinderen zijn sociaal gezien echte helden. Ze zijn open en rechtuit. Bezorgd en meer begaan met elkaar. De ieder-voor-zich-sfeer bestaat hier amper naar mijn gevoel. Ik moet eerlijkheidshalve wel zeggen dat het ook op de tweede dag moeilijk aanvoelde als ik de speelplaats overschouwde. 

Het algemene beeld is helemaal anders. Puur uiterlijk gewijs bekeken. De confrontatie met het anders zijn maakt indruk op me. Dit gevoel was gisterenavond na zijn leuke verhalen verdwenen maar stak opnieuw de kop op vanmorgen. Maximan hangt naar mijn gevoel een beetje tussen twee werelden in. Begrijp me niet verkeerd. Ik wil niet zeggen dat mijn zoon ‘beter’ is of wil niet neerbuigend doen. Het is gewoon hard om rond te kijken en te zien dat het merendeel anders dan anders is. Ik besef dat het ‘anders zijn’ net de kracht is achter de hele aanvaarding door Maximan van  zijn nieuwe school. Dat hun ‘anders zijn’ de reden is van hun hartelijke je-bent-hier-heel-welkom-gevoel. Het merendeel weet wat het is om moeite te hebben met iets, of het nu mentaal, motorisch of gezondheidsgewijs is. Het iedereen-is-gelijk-idee is top en helpt mijn kanjer zonder twijfel veel sneller over het gemis heen van zijn oude school. 

Voor mij als mama maakt dat deel het net iets moeilijker. Als ik mijn ogen sluit en naar hem luister voel ik me goed. Doe ik mijn ogen open, dan haalt de waarheid me precies in en word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik besef dat mijn eerlijke en ongecensureerde mening sommigen tegen de borst kan stoten. Maar zo is mijn gevoel nu eenmaal. Ik ben een groot voorstander van eerlijk zijn ondanks de storm dat dit kan veroorzaken. Lafjoewtoe is mijn psycholoog. Mijn vuilbakje. De plaats waar ik mezelf kan zijn. En om mezelf te kunnen zijn, moet ik eerlijk kunnen zijn. 

Vanmorgen zag ik kinderen spelen met elkaar. Het gaat er een stuk heviger aan toe dan op zijn oude speelplaats. Ze maken geen ruzie. Integendeel. Ik herken het gedrag van Maximan hier deels in. Hij kan thuis soms zo druk zijn en ondanks onze duidelijk afgebakende grens, er compleet overgaan, daar waar Miniman wel stopt. Ik hoor sommige denken dat het kan te maken hebben met het karakter. Maar het is gewoon wie hij is. Hoe hij geworden is na zijn zuurstoftekort en hersenschade. Het filtertje in zijn hoofd neemt het iets minder nauw dan het onze. Ik ben opgelucht voor hem dat hij zich goed voelt. Maar bang dat zijn drukkere gedrag hierdoor versterkt wordt. 

Het gaat me wel lukken na een poos. Ik hou me vast aan de voordelen. En ik gun mezelf een eerlijke tijd om het te plaatsen. Ook voor ons is het weer verandering. En dat vraagt tijd.  Als hij gelukkig is, ben ik het ook. 

Hij kreeg gisteren een mooie blauwe pluim van zijn juf. Zijn ogen blonken van trots. ‘Omdat ik heel flink ben geweest’ zei hij met de pluim beschermend in zijn hand. 

En daar doen we het voor. De beste stap is niet altijd de gemakkelijkste. Maar ook langs moeilijke paadjes bereik je het doel dat we voor ogen hebben. Met kleine stapjes. 

Maximan die gelukkig is én blijft. 

VOGEL

Op weg naar het klaslokaal om Maximan voor de laatste keer op te halen in zijn vertrouwde school, merkte ik hem op. Hij liep een beetje verloren. Een kleine jongen met een grote boekentas op zijn rug. Zijn benen schudde zenuwachtig heen en weer. Ik herkende hem uit Maximan’s klas. Hij draaide ongemakkelijk rond en zijn lipje trilde. ‘Wat scheelt er?’ vroeg ik zachtjes. Ik zakte door mijn knieën en legde mijn hand voorzichtig op zijn schouder. Hij keek me wanhopig aan en barstte in tranen uit. ‘Ik wil niet dat Maximan weg gaat uit onze klas!’ De gigantische brok in mijn keel werd met veel moeite doorgeslikt. ‘Ik weet dat het niet fijn is. Maar je bent altijd welkom om bij ons thuis te komen spelen, zonder twijfel’. Mijn woorden waren amper koud. Hij huilde nog harder. ‘Maar ik weet niet waar jullie wonen!’ Oprecht verdriet. Tranen om het vertrek van mijn kanjer. Het raakte me in het diepst van mijn hart. Bijtend op mijn tanden nam ik hem stevig vast. Ik voelde zijn armpje rond mijn nek.  Een ander klasgenootje kwam ons tegemoet en keek met grote ogen toe. ‘In de klas zijn er nog aan het huilen’ stamelde hij stilletjes. ‘Maximan is iedereen een laatste knuffel aan het geven’.

De moed zonk me in de schoenen. Mijn voornemen om niet te huilen leek plots mijlenver verwijderd. Ik zag hem staan met de doos in zijn handen. Zijn wafels. Eerst een knuffel en dan het kleine presentje. De wafels werden goed onthaald. De knuffels zorgde voor tranen. Hij zag me staan en keek me ietwat ongemakkelijk aan. Het maakte indruk, dat was zeker. Zijn lachje leek er eentje uit verplichting. ik had graag geweten wat er op dat moment in zijn hoofdje speelde. Ik verbeet mijn tranen en richtte me op het kleine groepje kinderen dat  naast me stond. 

‘Waarom moet Maximan hier weg?’ sprak een meisje. Ze ging recht op haar doel af en wou een duidelijk antwoord. Ik sprak over kleinere klasjes, minder tijdsdruk en Maximan die best wat minder werk kon gebruiken. Het antwoord leek bevredigend. Al zie je dat voor kinderen de wereld een stuk meer zwart-wit is dan voor ons. Hun conclusie is snel gemaakt. Oké het is allemaal wat moeilijker maar hé daar hebben we een juf toch voor? Ik merkte op dat het voor de juf al een hele opdracht is om een klas zo goed te begeleiden als er zoveel kinderen in de klas zitten. VIJFENTWINTIG. 

Ik wil het soms al op een lopen zetten bij twee jongens. Aangezien er maar 24 uur in één dag zijn en een juf net als ons maar twee armen en twee benen heeft, is het aartsmoeilijk om recht op het pad te blijven en alles in goede banen te leiden. Het nieuwe M-decreet zorgt voor een extra scherp kantje. 

Het M-decreet is een eerste belangrijke stap in de vertaling van het VN-verdrag. Het wil meer kinderen met een beperking een plaats in het gewoon onderwijs bieden. Ze krijgen het recht op redelijke aanpassingen om in een gewone school gewoon onderwijs te kunnen volgen.  Iets moois waar toekomst in zit. Maar voor mij een veel te ruwe diamant waar nog hard aan geslepen moet worden. 

Want wat met de rechten van de leerkrachten ? Is het terecht om van hen te verwachten dat ze er in hun overvolle klas nog extra zorgen bijnemen? Voor mij zou het M-decreet een geslaagde oplossing zijn als er andere voorwaarden aan verbonden zijn. Als deze beslissing gepaard gaat met kleinere klasgroepen en meer begeleiding. Een win-win situatie voor beide partijen. Minder frustraties bij ouders en leerkrachten. Het geeft voor veel ouders alleen maar meer verwarring omdat ze ineens het recht hebben om te eisen dat ze blijven in hun vertrouwde omgeving of dat ze opnieuw in die overvolle klas moeten aanvaardt worden. Deze ballon gaat natuurlijk niet voor iedereen op en elk geval moet apart bekeken worden. Maar ik voel nu als ouder hoe moeilijk het is om de juiste beslissing te nemen. En het is al meermaals gebleken dat het soms gemakkelijker is om een situatie te beoordelen van op een afstand, in plaats van met de neus er vlak boven op. Als ouder is het moeilijk om het eigen kind neutraal te beoordelen, zonder emoties. Aan het einde van het hele verhaal blijft er steeds één slachtoffer over. Het kind zelf. Het is verdomd moeilijk om het tempo te volgen van de leerstof die er in een rotvaart wordt ingepompt. Zelfs voor kinderen zonder rugzak. 

Ik ben gisteren op het cardio congres geweest. Daar bleek opnieuw dat we veel geluk gehad hebben met de begeleiding die Maximan gehad heeft op zijn school. Een moeder vertelde snikkend dat het moeilijk ging op de school voor haar kind. Ze wou antwoorden. Hoe ze  de school moest duidelijk maken om er mee om te gaan. Extra bagage voor de reeds propvolle rugzak. 

Maximan’s juf had het moeilijk. Ik ook. De klas was leeg en zijn cadeautjes, kaarten en tekeningen werden ingeladen. Zijn juf-voor-twee-jaar die de fontan van dichtbij heeft meegemaakt in 2013 kwam de klas binnen gelopen voor een extra knuffel. Maximan keek rond en was stil. Hij nam zijn juf vast en luisterde gedwee naar haar lieve woorden. Ik vind het bijzonder spijtig dat we haar maar enkele weken ‘voor ons’ gehad hebben. Als ik terugdenk aan het legertje juffen dat hij gehad heeft kan ik alleen maar dankbaar zijn.

De juf-voor-twee-jaar. Nanny McFee. De Lieve juf. Het waren allemaal fijne leerkrachten maar deze drie musketiers blijven voor eeuwig hangen. Ik weet dat Maximan een plaats voor altijd in hun hart veroverd heeft en ik denk dat hij er amper moeite heeft voor moeten doen. Gewoon zichzelf zijn. Ik merk dat het afscheid bij hun gevoeliger ligt. Het professionele vervaagt en maakt plaats voor een warm moederlijk gevoel. Niet alleen Maximan gaat hen missen. 

Maximan heeft de dag droog afgerond. Geen tranen.  Wel een ongemakkelijk gevoel. Zijn gezicht sprak boekdelen en hij wist geen blijf met al de commotie rond hem. Bij het verlaten van de speelplaats zagen we aan de schoolpoort twee huilende klasgenoten staan en er waren er nog met tranen vertrokken.  Mijn vriendin liet weten dat haar zoon huilend met een wafel in de hand de schoolpoort buitenkwam. Grote emoties voor jonge kinderen. 

Het is onvoorstelbaar hoe flexibel Maximan is. ‘Ik vind het niet leuk mama’ zei hij nog. Maar daar stopt het dan ook. Zijn aanvaarding is bewonderenswaardig en een voorbeeld voor velen. Een verworven eigenschap als zorgenkind. 

Bij mij kwam de ontlading bij het lezen van de kaart die hij gekregen had van de Lieve juf. Hij kreeg een zakje met verschillende spulletjes in. Terwijl hij alles rustig bekeek las ik de kaart voor. Elk cadeautje had een betekenis. 

  • een hartje : omdat wij je zullen missen. 
  • een fluitje : om op te blazen als je een heel leuke dag had daar.
  • een pen : om je te helpen bij je werkjes.
  • een bellenblaas : om naar ons bellen te blazen om ons te vertellen dat het goed met je gaat.
  • Nemo het visje : omdat ik hoop dat je je daar als een visje in het water gaat voelen. 
  • een vogel : om met je mee te vliegen. 

Ik zou wel 365 keer willen fluiten voor het mooie jaar dat hij bij haar had. Willen schrijven met de pen dat hij zich altijd als een vis in het water voelde bij haar. Haar laten weten bij elke keer dat we bellen blazen dat ze voor altijd in ons hart zit. 

En de vogel. Die zou ik de volgende dagen zelf ook willen gebruiken. Voor even. Tot de storm gaan liggen is en ik het weer alleen kan. 

ZACHT HART

Het is moeilijk uit te leggen hoe het voelt. Mijn drie mannen die slapen. Alle lichten in huis gedoofd, het scherm van mijn computer verlicht net voldoende.  Just me, myself & I met mijn toetsenbord en zachte muziek op de achtergrond. De regen tikt op het glas van de binnentuin. Het was meermaals mijn redding in het verleden. Mijn hoofd leegmaken. Ik hoef er niets speciaals voor te doen. Alleen mijn vingers loslaten. Mijn ‘stille vriend’ die geen tegenspraak geeft maar alleen luistert. De dweil die alles opvangt als de emmer overloopt. 

Meer dan 350 kleine wafeltjes waren het. Hartjes vorm, hoe kan het ook anders. De start ging vlot en vol enthousiasme. Na ons bezoek aan de nieuwe school ging het hier thuis verbazingwekkend goed. Maximan was aangenamer. Hij straalde een bepaalde rust uit. De feeks in mijn hoofd lag 48 uur verdoofd in een ver hoekje ergens in niemandsland. Eén enkele keer hoorde ik haar kreunen maar ze maakte geen schijn van kans. Dacht ik toch.

We zouden wafeltjes bakken voor de beide klassen van het tweede leerjaar. Voor de juffen. En voor Miniman’s klasje. ‘Ik wil oooooookk waaafeltjes mee naar mijn juf’ riep hij koppig. Het zoveelste wel-nietes spel startte met oorverdovend geluid. ‘Ik mag OOK wafeltjes meenemen van mama’ zei hij fier met zijn neus in de lucht en een told-you-so-air. ‘Dan zal mama wel de hele nacht doorwerken’ antwoordde Maximan droog.

Het bakken sloot perfect aan op wat ik de laatste twee dagen deed. Verder doen. Zo hoeft er niet nagedacht te worden. De bodem van mijn beslagkom was zichtbaar en het laatste deeg ging het hete ijzer op. Een dikke traan rolde in haar eentje maar krachtig over mijn wang. Met mijn vinger deed ik waar Maximan al van wafel één om vroeg. Deeg proeven. En hij heeft gelijk. Het is overheerlijk. Misschien nog lekkerder dan het eindresultaat zelf.

Huilen lucht op. Verdriet vasthouden zorgt alleen voor hindernissen op de weg die moet gevolgd worden. Maar man wat sloegen de twijfels weer toe. Ik voel me zo klein. Piepklein. En met een sleutel in de handen die ik niet wil dragen. Ik weet niet of ik wel de juiste deur kies en hoe ze zal opengaan.

Lafjoewtoe haalt veel emoties boven. Een gesprek met de mama van een klasgenoot heeft weer veel indruk gemaakt. Laat me misschien ook weer harder twijfelen en anderzijds helemaal niet. Ze vertelde me hoe haar zoon omging met het vertrek van Maximan.

Maximan had zijn verhaal gedaan aan hun bankje en haar zoon had het er moeilijk mee. Dat het niet kon dat Maximan zou vertrekken, want hij hoorde er toch bij, in hun school en in hun klas.. Dat hij wel begrijpt dat het misschien fijner gaat zijn voor hem in een nieuwe school en klas. Maar dat hij het vooral heel oneerlijk vindt dat Maximan het soms moeilijk heeft want ‘die werkt altijd kei-hard hé mama’.

 
Woorden die heel hard binnenkomen in mijn moederhart. Ontroerd door de vriendschap en gevoelens tov mijn zoon. Pijnlijk omdat het bevestigd wat ik weet. Maximan werkt echt flink. Doet zijn best. ‘Maar ik zal nog harder mijn best doen mama’ zei hij vorige week. Elke keer opnieuw zeg ik hem dat het niet om punten draait bij mij. Als hij eerlijk kan zeggen dat hij gewoon zijn best doet, verandert elke resultaat in een tien voor mij.
 
De jongen had vanavond aan zijn ouders verteld dat het morgen echt de laatste dag van Maximan was, en dat hij hem echt ging missen.
 
Maximan kreeg een tekening van een andere jongen uit zijn klas. Een perfect gekleurde boom in felle kleuren met onder aan de boom drie stukken fruit die eerder lijken op hartjes. Een tekening die hier op de koelkast omhoog hangt.  ‘Ik mocht die houden! Mooi he!’
 
En het is niet bij die ene mama gebleven. Ik heb de laatste dagen veel reacties gekregen van ouders waarvan de kinderen thuis – elk op hun eigen manier – het verhaal gebracht hadden over Maximan. Het is fijn om te horen dat hij gemist zal worden. De gevoelens zijn wederzijds. Het is bijzonder om te horen hoe ze hem omschrijven. En dat zijn inzet opgemerkt wordt. Wanneer wordt geopperd dat het toch niet hoeft, en dat ze weten dat het wel moeilijker of trager gaat,maar dat de juf hem wel zal helpen, slaagt bij mij de twijfel opnieuw toe. Ook al besef ik dat ze vanuit een heel ander standpunt oordelen. 
 
Mijn vingers sputteren tegen en mijn hoofd is moe. Twijfels of niet, de laatste schooldag in een vertrouwde omgeving staat voor de deur. De nacht zal kort zijn maar het moest eruit. 
 
Ik stap morgen de school binnen met veel liefde.
Met meer dan 300 kleine zachte hartjes en één groot van goud.